Opening ‘Olenderski’ openluchtmuseum in Polen

Hollanders of Mennonieten of geen van beiden?     Door Antoinette Hazevoet        Mei 2018


Op uitnodiging van het Etnografisch Museum in Torun reisden Anne de Jong en ik op 12 mei naar Polen om de opening van het ‘Olenderski’ openluchtmuseum in Wielkiej Nieszawce, voorheen (Groot) Nessau, bij te wonen. In dit park is een aantal historische boerderijen: woonhuizen, stallen en schuren bijeengebracht, afkomstig uit nederzettingen in de delta en uiterwaarden van de Wisla (Weichsel) en van andere rivieren. Het park is onderdeel van het Etnografisch Museum.

Bouw eerste object openluchtmuseum Wielkiej Nieszawce. 2013

Al sinds 2013 ben ik betrokken bij de ontwikkeling van dit museum. Tijdens het eumen.net project kwamen Kees Knijnenberg en ik ermee in contact. Zo waren wij getuige van de bouw van het eerste object in het park, een boerderij uit Gutowo, uitgevoerd in wat wij nu zouden noemen blokhut-bouw.

-klik op de foto voor een grotere afbeelding-

De naam ‘Olenderski’ (Hollands) Park Etnograficzny, verwijst naar nederzettingen uit de 16e eeuw door Mennonieten uit Holland. Zij zetten de toon voor de manier waarop drassige uiterwaarden werden ontwikkeld tot vruchtbare landbouwgrond. Later werd de naam ‘Olender’ een algemene term voor nieuwe nederzettingen langs rivieren, ongeacht of de bewoners Hollander of Mennoniet waren. Zelfs in het noorden van Oekraïne zijn verwijzingen naar ‘Olender’ nog terug te vinden in straat- of plaatsnamen.

Reis met ‘hobbels’

Margarita Unruh-Zuganoy in een emotionele speech over het verleden van haar en haar Mennonieten familie

Ik was uitgenodigd voor de officiële opening van het park, op Hemelvaartsdag, maar kon daar helaas niet bij aanwezig zijn. In Frankrijk op de MERK had ik verplichtingen die ik liever niet wilde afzeggen. Uiteindelijk besloot ik het verblijf op de MERK in te korten en samen met Anne naar het aansluitende feestelijke openingsweekend in Polen te gaan. Het bestuur van de Doopsgezinde Stichting Nederland-Polen was eveneens uitgenodigd voor de officiële opening, maar ook zij waren verhinderd. Wij zijn hen veel dank verschuldigd voor de financiële hulp die zij boden om onze reis naar Polen mogelijk te maken. Als vanzelfsprekend nam ik in Polen een deel van de vertegenwoordiging van de Stichting waar. Gelukkig waren de Mennonieten tijdens de officiële opening wel vertegenwoordigd, namelijk in de persoon van Margarita Unruh-Zuganoy uit Duitsland, lid van de Mennonitische Arbeitskreis Polen.

Opening op 10 mei door onder anderen ambassadeur Ronald van Dartel

Tijdens het feestelijke openingsweekend werd er voor mij en Anne een speciale ontvangst geregeld. Directie en staf van het museum wilden per se iets terugdoen voor de hulp die sinds 2013 door de Nederlandse Doopsgezinden is geboden. Dit betrof met name informatie over geloof en dagelijks leven van de Mennonieten.
Michal Targowski, historicus van de Copernicus Universiteit in Torun, is degene die ons indertijd op het spoor van dit museum bracht. Hij was vanaf 2012 een van de partners van het eumen.net project, waarvoor hij zich ongelooflijk verdienstelijk heeft gemaakt. Inmiddels is hij een trouwe vriend. Nog steeds is hij betrokken bij het onderzoek voor het openluchtmuseum. Hij was het dan ook die ons op zaterdagochtend, heel vroeg, ophaalde van de Luchthaven Chopin in Warschau.
Na een autorit van drie uur, checkten wij in vlak bij het openluchtmuseum, in het ‘Olender’ Hotel.
En na een korte pauze kwamen we aan bij het park, waar Hubert Czachowski, algemeen directeur van het Etnografisch Museum in Torun, ons op wachtte.

Het was prachtig weer en de belangstelling voor het feestelijke openingsweekend was overweldigend. Ondanks al deze drukte werd er tijd vrij gemaakt om ons apart rond te leiden.
Zo kreeg ik de gelegenheid om Hubert Czachowski persoonlijk te feliciteren met de opening van het park, mede namens de Doopsgezinde Stichting Nederland-Polen. Helaas kon Ania Maslak, de kersverse directeur van dit openluchtmuseum, er niet bij zijn omdat haar hulp dringend nodig was voor het houden van toezicht bij alle drukte. Met haar en Ewa Tyczynska, de twee architecten en stuwende krachten achter de verwezenlijking van het park, heb ik de afgelopen jaren veel contact gehad. Ook Ewa kon zich niet apart vrijmaken maar wij ontmoetten haar tijdens de rondleiding. Gelukkig kreeg ik op zondag gelegenheid om Ania te feliciteren met deze kroon op het werk.
Saillant detail: alle rondleiders en suppoosten droegen een oranje shirtje om het ‘Olender’ aspect te benadrukken. Zowel Anne als ik moesten na afloop bekennen dat deze link ons totaal was ontgaan.

Alle gebouwen in het 5 ha grote park, zijn origineel. Balk voor balk, steen voor steen zijn ze afgebroken en op het museum-terrein herbouwd. Ontbrekende en slechte delen zijn vervangen. Elk gebouw belicht een specifieke periode of heeft een thema.

Bepaling van lokatie

De opgeknapte begraafplaats, in het park: met Hubert Czachowski, Michal Targowski

De aanwezigheid van een Mennonieten begraafplaats is mede bepalend geweest voor de keuze van de locatie voor het openluchtmuseum. Ook het naburige houten kerkje in Mala Nieszawce, heeft hierin een rol gespeeld. Dit kerkje, herbouwd in 1890, was al sinds 1778 het kerkje van de Mennonieten. Tegenwoordig is het in gebruik bij de Katholieke parochie.
De situering in de uiterwaarden langs de Wisla, op de plaats waar vroeger twee eilanden in de rivier lagen, heeft ook mede de locatie bepaald.
Al in 1906 stelde Bernhard Schmid, de toenmalige directeur van het Etnografisch Museum in Torun, voor, om op deze plek een openluchtmuseum te bouwen. Dit kwam echter niet op gang en na een paar jaar brak de eerste wereldoorlog uit. Helaas zijn in de decennia daarna vele potentiele objecten voor het open luchtmuseum verloren gegaan.

De gebouwen
De entree van het museum is gevestigd in een boerderij uit Gutowo, daterend uit ongeveer 1800. In deze boerderij wordt de geschiedenis van de Hollandse nederzettingen nabij Torun, via infopanelen toegelicht.

De twee eilanden in de vroegere loop van de Wisla

Rond 1570 vestigde men zich nabij Torun op twee eilanden in de Wisla onder de naam Nessau (Nieszawca). Het waren zowel Mennonieten als andere Protestanten en ook Katholieken. Al deze denominaties waren niet welkom in de naburige stad Torun, waar de Lutheranen de macht hadden.
De nieuwkomers werden tegengewerkt en verketterd.

Excuses voor wrede onderdrukking
In 2016 is door de Copernicus Universiteit van Torun een Congres georganiseerd onder de naam: ‘Olenders our close and alien neigbours’. Hiervoor werd ik, samen met Pieter Post (predikant te Heerenveen) en Hajo Hajonides (Internationaal Menno Simons Centrum) uitgenodigd. Wij waren verantwoordelijk voor een aantal inleidingen over Mennonieten. Ter afsluiting ervan werd in het eerder genoemde kerkje van Mala Nieszawce een oecumenische Vesper gehouden. De Nederlandse Doopsgezinden kregen hierin een ook een rol. Tijdens de viering werd door de huidige Lutherse gemeente van Torun voor de wrede onderdrukking in het verleden, excuses aangeboden aan Mennonieten en andere Protestanten, maar ook aan de Katholieken. Een prachtig gebaar en een emotioneel moment. Het was voor het eerst in de omgeving van Torun dat Lutheranen, Katholieken en Mennonieten samen een viering hielden. We schreven er hier eerder over

Plaatje compleet

Een warm welkom door ‘Mennonieten’, inclusief ‘vermaning’ uit de bijbel.

Het woonhuis van de eerste boerderij is uitgevoerd in blokhutbouw en de aangebouwde stal in baksteen. Vanouds is baksteen een veel gebruikt materiaal in Polen. Denk aan alle burchten en kastelen van de Teutoonse Ridders en aan de bakstenen stadsmuren, gebouwen en huizen in Torun en andere steden.
Zoals bij de meeste boeren-woonhuizen, ligt de keuken met schoorsteen centraal in het woongedeelte. Er omheen zijn de woonvertrekken. In een van de kamers zijn de, oorspronkelijk langs het plafond aanwezige ‘Duitse’ bijbelteksten, gerestaureerd. Er staat een fraaie tegelkachel met kroonlijst (niet verguld). Het geheel is smaakvol ingericht en ziet er piekfijn uit.
Tijdens dit feestelijke weekend waren, verspreid over het gehele terrein de nodige figuranten in negentiende eeuwse kleding ingezet. Dit maakte het plaatje compleet.
Voor de inrichting en aankleding van de gebouwen is regelmatig overleg geweest met het Museum in Nowy Dwor Gdansk en met de instanties die de Mennonieten boerderij in Chrystchow beheren.

De Mennonieten boerderij uit Niedzwiedz

Het berenhuis
Het tweede gebouw, een lange boerderij, weer met woonhuis en stal onder één dak, dateert uit eind 18e eeuw. Het ligt op een terp en is geheel uitgevoerd in houtbouw.
Het is afkomstig uit Niedzwiedz (= Beer) in het Zuidwesten van Polen. Deze boerderij grenst aan de oude Mennonieten begraafplaats gesitueerd op een heuvel in het terrein. Er is enorm veel werk verzet om deze verwaarloosde begraafplaats op te knappen, bomen te kappen, grafstenen bloot te leggen of op te richten en de ijzeren hekwerken en ornamenten te herstellen. Tot ongeveer 1945 was de begraafplaats nog in gebruik bij de Mennonieten gemeente van Nieszawca.

Op het erf tussen begraafplaats en boerderij is een waterput gegraven, volgens origineel ontwerp.
De openbare weg, aan de westzijde van de heuvel, heet Mennonieten Weg (Ul. Mennonitow).
Het interieur van de boerderij is een afspiegeling van het leven van een Mennonietenfamilie rond 1900. De inrichting van het huis is sober. Het waren landbouwers en veeboeren en ze verbouwden of verwerkten vlas. In het tuintje bij de boerderij wordt ook nu vlas geteeld.

In één van de kamers wordt op een aantal wandpanelen de geschiedenis van de Mennonieten in Polen toegelicht. In een ander vertrek staat een weefgetouw en tijdens het feestelijke openingsweekend werd er linnen geweven.
Naar de plaats waar het gebouw vandaan komt wordt dit ook wel het ‘Berenhuis’ genoemd.
De directie van het museum wil de komende jaren meer onderzoek doen naar geloof, leven en werken van de Mennonieten in Nieszawca. Op dit moment wordt er in samenwerking met de Copernicus Universiteit een familie-register opgesteld. Ik ben van mening dat wij als Nederlandse Doopsgezinden hen blijvend moeten ondersteunen met onderzoek in deze richting.

Op weg naar het volgende gebouw komt men langs een erfscheiding bestaande uit een lange greppel en fraaie gevlochten hekken van wilgen-tenen. Dit zijn karakteristieke elementen uit een ‘Olender’ nederzetting.

Alles volgens Wilkür, oftewel contract
De diepte en breedte van de greppel en de hoogte en plaats van de hekken is uitgevoerd volgens de richtlijnen uit het toenmalige pachtcontract, de zogeheten Wilkur. Dit contract werd in 1530 opgesteld door de eerste Mennonieten in de Wisla Delta. Onder andere is hierin vastgelegd dat de bewoners van een nederzetting ‘gezamenlijk’ verantwoordelijk zijn voor het beheer van de landerijen. Indertijd nieuw voor de Polen, maar vanaf dat moment bepalend voor alle volgende nederzettingen (langs rivieren). Het werd bekend als het ‘Olender’ contract en werd eind 18e eeuw, zelfs meegenomen naar Oekraïne, als bedrijfsmodel.

 

Verder lopend over het terrein stuit men op een statig toegangshek, met bakstenen pilaren, ontworpen naar de aard der tijd. De grote lange boerderij uit 1757, die hier achter ligt, heeft een zuilen-front, en er staan een aantal extra gebouwen op het erf. Het geheel laat zien hoe een bedrijf van een welvarende ‘protestantse’ boer zou zijn samengesteld. Zo is er een losse schuur (uit 1841), een aparte graanopslag met drie verdiepingen, en een arbeiders-huis (uit 1827). In de schuren zijn landbouwwerktuigen en gereedschap van vroeger te vinden en vanuit de bovenste verdieping van de graanschuur heeft men een mooi uitzicht over het gehele terrein.
Het woonhuis is uitgevoerd in blokhutbouw. De stal en schuur, ook hier weer in het verlengde van het woonhuis, zijn uitgevoerd in baksteen. Het is een karakteristieke ‘zeer lange’ boerderij.

Behang uit 1910
De inrichting, uit de periode rond 1900, toont duidelijk de welvarendheid van de boer en zijn familie. Er zijn meerdere kamers en zelfs een aparte was- en strijkkamer. Zoals in de andere boerderijen bevindt zich ook hier, centraal in huis een keuken met grote schoorsteen. In het trekgat werd o.a. vlees gerookt. En ook in de woonkamer weer een tegelkachel met fraaie kroon.
Heel speciaal in een van de ‘mooie’ kamers van dit huis, is het behang uit 1910, in prachtig Pruisisch blauw. Het behang werd op een deel van de wand van deze kamer teruggevonden. Er is een kopie gemaakt en de wanden zijn er opnieuw mee bekleed. Wat het echter zo bijzonder maakt is de originele factuur van de aankoop van de rollen behang, welke werd gevonden op de zolder van het gebouw, tijdens de afbraak.
Verder ook in dit huis weer veel zorg besteed aan het interieur en alles smaakvol ingericht.

Inclusief moestuin
Achter het zuilenfront heeft deze boerderij een extra kamer, ooit bedoeld als opslagruimte voor het graan om het droog te houden bij de jaarlijkse overstroming van de uiterwaarden. Later in gebruik als woon- of slaapvertrek. De grote zolder boven het woongedeelte is altijd in gebruik geweest als slaap- of droogplaats.
Ongetwijfeld heeft dit boerenbedrijf zijn eigen moestuin en fruitbomen gehad. Ook daarin is in het museum voorzien. In een omheind gedeelte worden ‘vergeten groenten’ gekweekt en in nauwe samenwerking met het landschapspark in Chrystkow is voor de boomgaard een keuze uit oude appelrassen gemaakt.
Tijdens het Openingsweekend konden kinderen meedoen aan spelletjes uit Grootmoeders tijd.
Touwtje springen, hoepelen, kruiwagen rijden, steltlopen, zaklopen, pitzakjes werpen en meer.

Vijf kilo bijbel op de rug
Na een goede nachtrust in het uitstekende ‘Olender’ Hotel, gingen Anne en ik de volgende dag nogmaals naar het park. Ook nu was het prachtig weer en we besloten te wandelen naar het park via de winterdijk, langs de Wisla. De 5 kilogram zware bijbel uit 1896, die wij als geschenk voor de opening zouden aanbieden, ging mee in de schoudertas.

Binnen een half uur waren we ter plaatse en er werd tijd vrij gemaakt om de oude bijbel aan te bieden. Mede namens het Internationaal Menno Simons Centrum, de Doopsgezinde Historische Kring, de Stichting Menno Simons SDMF en de Doopsgezinde Stichting Nederland Polen kon ik die overhandigen aan Ania Maslak, de directeur van het park. Zij was er bijzonder blij mee en tot tranen toe geroerd door het gebaar. De bijbel krijgt een plaatsje in het Mennonieten huis. Allen die dit gebaar mede mogelijk hebben gemaakt veel dank.

Na afloop van dit drukke weekend, hadden wij op zondagavond een informeel samenzijn met de beide directeuren Hubert en Ania.

Michal Targowski, vereerd met de Plautdietsch bijbel

Ook Michal was hierbij aanwezig. Mooi moment om hem de Plautdietsch bijbel (uit 2008) – meegekregen uit handen van Albert Bolt – aan te bieden. Michal zal hem uitlenen aan een Philologist van de Copernicus Universiteit, die is geïnteresseerd in deze bijzondere taal. Ook Jagna Wajda, ons allereerste contact in Torun, was voor dit speciale samenzijn uitgenodigd. Op aanbeveling van Arno Thimm is zij het geweest die ons in 2012 in contact bracht met Michal en zo is onze band met dit openluchtmuseum ontstaan.

 

Hoe nu verder?
Het openluchtmuseum is nog niet af en het zal zich blijven ontwikkelen.
Zo wil men meer zich meer verdiepen in leven en werken van de ‘Olender’ en met name van de Mennonieten die zich hier vestigden. Ook is er op het terrein nog plaats voor een paar gebouwen. Maar originele gebouwen van de ‘Olender’ nederzettingen zijn in Polen bijna niet meer terug te vinden. Een schooltje bijvoorbeeld, zou een prachtige aanvulling vormen op het geheel, maar volgens de inventarisatie van het Poolse TERPA: ‘Catalogue of Monuments of Dutch colonization in Poland’ is daarvan nog slecht één te vinden t.w. in Tropy Elblaski, uit 1861.
Hoe dan ook ik blijf de ontwikkeling volgen en houd contact met Ania en Michal. Er zullen nog vele vragen op ons afkomen. Waar mogelijk zal ik ze helpen met informatie en doorverwijzing naar de juiste contacten. Maar tot zover is het geweldig dat het park er staat en dat geloof en leven van de Mennonieten in Polen, op aanschouwelijke wijze onder de aandacht wordt gebracht.
Meer informatie over het museum is te vinden op
www.etnomuzeum.pl/en of volg www.facebook.com/olederskiparketnograficzny
Er is een Engelse folder over het museum verschenen. Interesse? Mail: hazevoet@gmail.com.

Terugkijken hoe het er vier jaar eerder uitzag? Dat kan hier.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s